6 april 2011
aan de gemeenteraad en het college van B&W
van Amsterdam
Hierbij meld ik me aan (kondig ik aan
volgens art 6) voor een burgerinitiatief betreffende de aan de Raad voorgelegde
beslissing het havenbedrijf Amsterdam te verzelfstandigen, zoals op 15 maart
2011 is gecommuniceerd via een persbericht. Er is nog geen agendering voor
commissievergadering noch raad, maar het ziet er naar uit, dat men dit binnen
een redelijke termijn tracht door te drukken. Daarom nu maar een aanmelding involge paragraaf 2 en niet involge
paragraaf 3 van de verordening uit 2004.
Dit burgerinitiatief heeft tot doel de raad
te bewegen de verzelfstandiging van het Havenbedrijf af te wijzen.
De achtergrond en onderbouwing van dit
voorstel, zoals in art. 6 wordt gevraagd is dat zowel qua timing, qua
waardebepaling, qua overdrachtsmaatregelen als qua raadpleging van betrokkenen
en qua gevolgen dit voorstel onvoldoende onderbouwd is, dat externe validaties en due diligence
onderzoek door externe partijen ontbreken, dat er het vermoeden bestaat van
overheidssteun voor commerciële activiteiten in strijd met Europese
regelgeving, dat er onnodig tijdsdruk in het proces wordt ingebouwd om
onduidelijke redenen, en dat de Raad hier zeggenschap opgeeft over een
voorziening die ook op langere termijn veel belangrijker is dan de opstelling
in de plannen en rapportage aangeeft.
Dit voorstel wordt, mede omdat B&W hier
spreken over spoed, nu reeds
ingediend door Ir. Lucius Hendrikus Dominicus Josephus Sala, adres, Weesperstraat 180, 1018 DN Amsterdam, geb 13 december 1949 te Leiden, al eerder indiener
van diverse referenda-initiatieven. Mogelijk zullen in een later stadium nadere
leden van een initiatief- danwel referendumcomite
worden aangemeld.
Er is geen sprake van een uitzondering
zoals genoemd in artikel 5a tm
n. Spoedeisendheid is na 5 jaar praten over verzelfstandiging een niet valide
argument en zou de zeggenschap van de Raad over dergelijke ingrijpende
infrastructurele ingrepen onnodig en onmatig reduceren en de burger en stakeholders het recht op inspraak, burgerinitiatief en
referendum ontnemen. .
Voor zover zal worden aangevoerd in het
kader van artikel 6 lid 3 dat het voorstel van B&W aanzienlijke financiele gevolgen zal hebben, moge duidelijk zijn uit de
voorgelegde rapportage, waarin wordt aangevoerd dat de inkomsten uit het
Havenbedrijf na verzelfstandiging voor Amsterdam niet zullen teruglopen, is ook
niet duidelijk dat die inkomsten groter zullen
zijn en is er dus gene behoefte aan een dekkingsplan voor niet-doorgaan.
Verder, daar er nog geen sprake is van duidelijke verkopen van delen van het
havenbedrijf en dus mislopen van verkoopopbrengst van aandelen, is ook dat niet
aan de orde. Is het daarentegen
zo, dat er wel (nog niet gecommuniceerde) deals betreffende verkoop zijn, dan
wordt de Raad in deze verkeerd of tenminste onvoldoende voorgelicht.
Luc Sala