Waarom is kleinschalige omroep, op regionaal, lokaal, maar zelfs op wijk- en buurtniveau van belang?

door Ir. L.H.D.J. Sala

Een pleidooi voor de erkenning van het economisch, sociaal en psychologisch belang van kleinschalige media (micro-media) in een wereld waar de vergrijzing en globalisering van de "grote" media steeds verder weg staat van de dagelijkse realiteit en de culturele diversiteit van de lezer/surfer/kijker/burger.

Kleinschalige media (print/radio/TV/Internet) worden mede door de technische ontwikkelingen qua productie en distributie steeds haalbaarder, maar welke argumenten zijn er om de ontwikkeling ervan te bevorderen en in welke richting zou die ontwikkeling moeten gaan.

Micromedia zijn in deze visie niet alleen radio en TV, maar ook Internet, printmedia, kiosken, publieke beeldschermen, kabelkranten etc.

De volgende stellingen worden geponeerd:

Het is dus in deze visie politiek, sociaal en economisch van belang om ruimte te scheppen voor fijnmazige lokale omroep. De volgende vraag is dan of dat een directe overheidstaak is zoals bij de publieke omroep of dat de overheid slechts randvoorwaarden en faciliteiten zoals vrije toegang tot distributie (kabel/Internet/ether) moet scheppen. Hierbij speelt met name de vraag in hoeverre monopolies wenselijk zijn en in hoeverre overheidsbemoeiing op dit gebied de ontwikkeling van een "zelfstandige" en economisch rendabele kleinschalige omroep en media beïnvloedt.

De huidige politiek is om vanuit bestaande structuren voor publieke omroep steeds fijnmaziger te gaan werken. Van nationaal naar proviciaal of regionaal, vanuit de public access sfeer zoals bij Salto naar nieuwe mediavormen. Met veel subsidie van de overheid, vaak in dubieuze publiek/private samenwerkingen die indruisen tegen wat de Mediawet beoogt qua pluriformiteit en cross-ownership. We zien dat lokale overheden graag hun "eigen" spreekbuis in stand houden, subsidie in ruil voor politieke steun en wildgroei op mediagebied als bedreigend zien.

Dergelijke constructies staan tegenover de initiatieven van vaak kleine commerciŽle organisaties die in deze markt zijn gesprongen, zoals IJmondTV, Kleurnet terwijl b.v. in Hilversum de KRO maar een lokaal omroepje heeft opgezet.

Nu lijkt het heel redelijk, dat men als overheid enige regulering en controle wil op de media-ontwikkelingen. Zeker nu men zich realiseert dat met het verkopen van de kabelnetten de zeggenschap over wat de huiskamer bereikt is gereduceerd tot de inhoud van een basispakket, dat qua decoder-aanbod, Internet-toegang en interactieve diensten de overheid vrijwel geen invloed meer heeft. Alleen in het kader van nadere regels om monopolies te beperken worden er nu nog wat beperkingen in de vrijheid van de kabelboeren aangebracht.

Het in de hand houden van lokale media-initiatieven is dus politiek gevoelig, maar door het huidige beleid van subsidiering van semi-publieke lokale omroep wordt niet alleen de bestaande structuur gecontroleerd, maar een gezonde groei en ontwikkeling van "vrije" media tegelijkertijd afgeknepen. Wie niet past binnen het stramien kan niet overleven in concurrentie met fors gesubsidieerde overheidsomroep die ook nog eens de commerciŽle markt met dumpprijzen afschermen (het dag/nacht-tarief van AT5 in Amsterdam van fl 1,- per seconde commercial illustreert dat).

En dat die semi-overheidsomroepen vernieuwend en innovatief bezig zijn is op basis van de ervaringen met TVNH, AT5, Salto, TVWest etc. moeilijk te verdedigen. Hun technische kwaliteit is, mede door de forse steun, wel acceptabel, maar bijvoorbeeld minderheden komen slechts selectief aan bod en experimenten met nieuwe media zijn schaars en leiden niet tot doorbraken.

Zonder een zelfstandige, risicodragende media-branche met uitzicht op een 'level playing field" ofwel eerlijke markttoegang is er ook geen "incentive" en concurrentie. Zoals bij het ontstaan van TVNH wel duidelijk is geworden laat men geen ruimte voor commerciële concurrentie, maar wordt er ook geen helder en duidelijk charter geformuleerd. Zo zitten de Amsterdammers nog steeds zonder duidelijke regionale informatiebron, omdat AT5 niets van haar monopolie wil opgeven.

Toekomstvisie

Wat ontbreekt is een visie over de ontwikkeling van de media. Gaan we toe naar een wereld waarin we alleen maar CNN's en MTV kunnen zien, of wordt de grotere ruimte op de kabel ook opgeviuld met doelgroepmedia en kleinschalige lokale content. Als Internet en TV naar elkaar toe groeien, wat gaan we dan bekijken? Meer van hetzelfde of krijgt het andere, het individuele, de diversiteit een kans. Mooie nota's vol over minderheden, diversiteit, maar meer dan debatten, advertenties en ambtelijke prietpraat is er eigenlijk niet. En het is juist de diversiteit, die zo'n aardig startpunt vormt voor content-creatie. We zouden moeten erkennen en waarderen, dat lokale content de ruwe delfstof van de media-industrie is en als we die grondstof niet koesteren en ruimte geven we de ware kracht van het multiculturele proces, zeker in de grote steden, niet benutten. Wie denkt dat meer Internet en PC's een stap naar de werkgelegenheid van de toekomst is, haalt vorm en inhoud door elkaar. Internet is, net als TV of Radio of film, slechts een vorm, de diepere inhoud, boodschap of content kun je in diverse mediavormen verpakken. Voorlopig is televisie en radio nog het meest populair en liggen daar de grote kansen. Wat nu op het Internet staat is grotendeels hergecodeerd materiaal, er wordt echt geen nieuwe muziek voor gemaakt, men maakt alleen bestaand materiaal geschikt voor Internet-transmissie.

Content-creatie blijft dus een traditioneel vak, muziek, theater, tekst, beeld, hoogstens kun je stellen dat de werktuigen ervoor steeds goedkoper zijn geworden en dat je nu met bescheiden investeringen al TV kunt maken of een CD'tje. Wil je content-creatie stimuleren, dan is de methodiek van de BKR met nauwelijks kwaliteits-bewustzijn niet de aangewezen weg, en ook de subsidie-cultuur van Salto Amsterdam met aanbieders die vooral hun volgende subsidie willen 'scoren' is niet echt vernieuwend. Hier is het principe van de vrije markt een goed uitgangspunt, maar de overheid kan natuurlijk door eigen inkoopbeleid (er wordt nogal wat gecommuniceerd door de diverse instanties) wel sturen en initiëren en een infrastructuur opzetten, die voor anderen toegankelijk is.

Hier is dus een structurele en daarmee politieke vraag, die beantwoord moet worden. Wil de samenleving wel een vrije micromedia-markt?

Hierbij zijn er politiek correcte, maar oneerlijke antwoorden, er is ontkenning van de problematiek en er zijn legio zogenaamd innovatieve oplossingen en plannetjes, zoals de opzet van productiecentra voor migranten-TV, die wezenlijk niets anders doen dan de deur dichthouden.

Achtergronden

TV maken op lokale of regionale schaal was, ongeveer tot 1998, een dure zaak met weinig uitzicht op verbetering, publieke regionale of lokale televisie was de afgelopen jaren vrijwel nergens een commercieel succes en bijvoorbeeld TV West balanceerde op de rand van een faillisement.

Er is nu gelukkig meer waardering voor de belangrijke functie van televisie voor de betrokkenheid van burger bij proviciale, regionale en lokale besturen en ontwikkelingen, maar ook voor de democratie, voorlichting, economie etc. etc. en is er nu wel hier en daar een draagvlak om hier iets aan te doen. Maar zijn de motieven nu wel zuiver gericht op participatie van nieuwe groepen in de media of gaat het om een lobby die het grote subsidiegeld ziet schemeren of inspeelt op een politiek klimaat dat de greep op de 'grote' media dreigt te verliezen.

Het dreigende monopolie: de distributie

Het is nog niet zo eenvoudig om een televisiesignaal gericht te distribueren, zelfs al beperkt men zich tot de kabelnetten. Hoe kun je per wijk, per stadsdeel, of per doelgroep de programma's verspreiden. Digitale decoders zouden hier de oplossing kunnen bieden, maar die zijn in handen van commerciŽle uitbaters zoals UPC of Casema, die geen publiek belang dienen en ook nog eens monopolist zijn, dus waarom zouden die bijvoorbeeld experimenten met micro-media willen steunen. Waarom de bandbreedte die ze ook aan een tel-sell uitbater of porno-kanaal kwijt kunnen, opofferen aan lokale content?

Dit is een moeilijke zaak, die door de eerste wijkmedia-stations moet worden afgedwongen/geregeld, maar ze hebben wel politieke steun nodig, bijvoorbeeld door ze onder de 10% gemeenschapsruimte te laten vallen. Op termijn zou als alternatief ook ether-distributie via digitale fijnmazige zender-matices mogelijk zijn, maar dat duurt nog wel even.

Ook Internet en video-on-demand

Bij investeringen en subsidies voor de opbouw van een kleinschalig televisie-netwerk mag en moet rekening gehouden worden met de ontwikkeling van nieuwe media en transmissie-technieken. Internet, Satelliet, ADSL Snelnet, kabel-Internet, Digitale ethersignalen en digitennes, dataradio, video-telefonie, e-Commerce, virtuele bedrijven en markten, er komt een golf van ontwikkelingen. Goedkopere content-productie

Kleinschalige media hebben de toekomst, ze hebben de wind van de digitale techniek in de rug, het kan goedkoper, sneller en met meer wortels in de samenleving dan de grootschalige media uit de voorbije periode. Naast een trend van globalisering met CNN en MTV is er een tegenstroom, waarbij goedkopere productie, meer bandbreedte en dus een ander exploitatiemodel kleinschalige media toelaat. Dergelijke media brengen werkgelegenheid, binding en betrokkenheid bij de eigen omgeving, een gevoel van mondigheid voor de burger die makkelijker toegang krijgt tot het medium televisie (maar ook radio, internet etc.) en gaan de zogenaamde informatiemaatschappij op een praktische, nuttige en democratische manier invullen. (In Amsterdam bijvoorbeeld Daklozen-TV en StadsdeelTV ZO).

Geef wat ruimte aan de toekomst

Hoe krijgt dan een beginnende televisiemaker in Den Helder, de buurt-vereniging in Zeeburg, de Kwakoe-organisatie in ZO, de internet-webcammer op Texel, een theater in Hoorn dat debatten wil organiseren, de bejaardenbond die met plannen voor ouderen-items komt, de club die achter de decoder iets met sport wil, dan wel de ruimte? Wanneer je televisie kunt maken voor enige honderden guldens per uur (en dat kan, zoals de commerciele regionale en lokale omroepen zoals KleurNET de laatste jaren bewijzen en nog met een redelijke kwaliteit ook) openen zich nieuwe perspectieven. Mondigheid, maar ook een micromedia-branche met kansen voor andere wijken, steden, andere organisaties, andere samenwerkingsvormen, andere media-combines. Internet-televisie, pay-per-view, evenementen die economisch rendabel worden als je tele-deelname tegen betaling organiseert.

Er komt een enorme variatie aan van micro-media, van uitingsvormen voor cultuur en bedrijvigheid, in combinatie met elektronisch betalen en handelen. De veiling van de XXI-ste eeuw hoeft niet meer in Aalsmeer te staan, maar kan in Marken plaatsvinden. Een virtuele nieuwsstudio niet meer in Hilversum, maar achterin een boerderij in Midden Beemster.

Juist om naar de toekomst een 'open' beleid te houden is het veel beter om nu voorzichtig ruimte te laten, eerder samenwerking en 'netwerken' te bevorderen dan een media-supermacht te laten groeien waar nooit meer paal en perk aan gesteld kan worden. Of die macht nu gebaseerd is op de publieke omroep of eop en monopolie van een commerciele supermacht.

Speculeren op deze of gene ontwikkeling is niet de taak van de overheid, maar we kunnen wel erkennen dat aan vrijwel alle media de creatie van 'content' ten grondslag ligt.

Het waarborgen van een gezonde voedingsbodem voor die content (en dat is niet alleen televisie, maar ook theater, onderwijs, literatuur, films, recreatievormen, natuur) is wel een overheidstaak.

Luc Sala Kleurnet
Singel 459, 1012 WP Amsterdam
0654987876 020-6202970 fax 020-4211267
sala@euronet.nl