‘N HOOFDSTUK UIT

 

 

 

 

RSI, Muisarm én multisyndroom

Van Luc Sala en Laura Egging

ISBN 90-73107 10-5

19,95 EURO

VERZENDKOSTEN 2 EURO

Distributie het Goede Boek, Huizen

Bestellingen

www.mindlift.nl/rsi

Rsi@mindlift.nl

020-6388292

 

 

 

 

Nadere info 0654987876 of 020-6388292

 

’n voorbeeld van één van de hoofdstukken

Fysiek, omgeving

De fysieke omgeving omvat alles wat je kunt aanraken en vastpakken, het is één van de kwadranten van onze RSI-matrix. Dat fysieke noemen we de tastbare of de ‘harde’ kant van de problematiek. De ‘zachte’ kant omvat de psychosociale factoren en dan is er nog iets als sfeer en energie, de derde dimensie van onze RSI-matrix. De fysieke omgeving is voor een groot deel het werkterrein van ergonomen, die kijken naar hoe je zit en werkt, welke werktuigen, hulpmiddelen en methodes daarbij kunnen helpen.

Op gebied van de fysieke omgevingsfactoren van de werkplek en het verlagen van RSI-risico’s kunnen we dus veel baat hebben bij de ergonomie en wat arbeidskunde heet. Aandacht voor zitcomfort, de stoel, het bureau, de lichtinval en dergelijke heeft al tot veel verbeteringen op de werkplek geleid. De tijd dat de klerk moest staan of zitten op een rechte houten stoel is wel voorbij. Tegenwoordig is er voldoende instelbaar en comfortabel meubilair, bewegingsruimte, aanpassingen aan de computer en monitor, aangepaste software, hulpmiddelen als muizen, maar ook qua werkomgevingsfactoren als licht en klimaat is veel verbeterd. Een deel van die maatregelen wordt afgedwongen door allerlei regels en Arbovoorschriften, maar men begrijpt gelukkig ook wel dat het in ieders belang is om klachten, ziekte en arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Ook omdat je beter functioneert en productiever bent als het qua meubels en werkklimaat in orde is.

We beginnen dadelijk ons overzicht met wat zich dicht in de buurt van de gebruiker bevindt, namelijk het meubilair, toetsenbord, beeldscherm en de muis. Dit soort zaken vallen voor een groot deel binnen de verantwoordelijkheid van de werkgever en daarom behandelen we eerst een stukje regel- en wetgeving. Waar dient de werkgever zorg voor te dragen met het oog op een werkomgeving die voldoet aan de eisen? Overigens kunt u op het Internet bekijken wat er op dat gebied gebeurt, onder meer op www.arbo.nl/legislation/index2.stm of www.wetten.nl of www.arbo-advies.nl

Wetgeving

In 1999 is de Wet ’houdende bepalingen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden’ in werking getreden. Deze wet regelt zowel rechten als plichten van werkgever en werknemer. In deze wet is de verplichting van de werkgever vastgelegd zorg te dragen voor een goede werkomgeving die voldoet aan allerlei eisen. Dit verplicht de werkgever voor een dusdanige inrichting van de werkomgeving zorg te dragen dat ziekte en uitval voorkomen, dan wel beperkt kunnen worden. Daarnaast dienen werkgevers zieke of uitgevallen werknemers te begeleiden bij hun terugkeer in de werkomgeving. We komen hierop terug in het hoofdstuk over behandeling bij de Wet Poortwachter.

Arbeidsomstandighedenwet en Besluit Beeldschermwerk

De Arbowet creëert een kader, maar legt niet zozeer de middelen en de specifieke invulling op aan bedrijven. Op het gebied van veiligheid en gezondheid zijn wel richtlijnen vastgesteld, maar deze voorschriften blijven vaak algemeen. Afmetingen van werkplekken dienen bijvoorbeeld ‘zodanig te zijn dat ze geen gevaar vormen voor de gezondheid’, maar exacte afmetingen worden niet gegeven.

In 1993 zijn ook de specifieke rechten en plichten van de werkgever en werknemer met betrekking tot beeldschermwerk opgenomen in het Besluit Beeldschermwerk. De werkgever is verplicht zich te laten informeren over de eisen waaraan een beeldschermplek moet voldoen. De regels in het Besluit Beeldschermwerk gelden voor iedereen die minstens twee uur per dag, aaneengesloten of verspreid over de dag, achter een beeldscherm werkt. Niet alleen de werknemers zelf, maar ook de werkgevers zijn aan het besluit gebonden. Alle beeldschermwerkplekken dienen te voldoen aan de in de wet gestelde eisen. Beeldschermen en hun bedieningsmiddelen als toetsenbord en muis, maar ook de verlichting, documenthouder, voetensteun en de werkduur (pauzes) dienen aan allerlei eisen te voldoen om goed te kunnen werken. Je vindt een heleboel aanwijzingen over hoe een verantwoorde werkomgeving er uit moet zien op www.arbo-advies.nl/Beeldscherm.htm

RI&E

De werkgever is tegenwoordig verplicht een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) te maken, die gaat over veiligheid, werkdruk, ziekterisico’s, maar ook over de arbeidsomstandigheden op de werkplek. Bij grotere bedrijven moeten er zelfs interne preventiemedewerkers worden aangesteld.

De werkgever kan aan de hand van checklists nagaan of de werkplek risico’s oplevert voor de veiligheid en gezondheid, door middel van de risico-inventarisatie en evalutatie (RI&E). Die zijn onder meer ontwikkeld door TNO Arbeid en er zijn ook branche gespecialiseerde versies.

De RI&E-checklist is een hulpmiddel om knelpunten in de organisatie op te sporen en de beste oplossingen daarbij aan te dragen, rekening houdend met wetgeving. Als aanvulling op de RI&E-checklist is ook advies mogelijk voor uitvoering van periodiek arbeid/gezondheidskundig onderzoek voor medewerkers. Het omvat inventarisatie van werkdruk, werksfeer, werktijden, houding en herhaalde bewegingen, gevaarlijke stoffen, lawaai en geluid, temperatuur, vocht en licht, veiligheid van machines en trillingen, brand, EHBO, opgeruimde werkplek, kwetsbare groepen, prioriteiten, enzovoort. Zie ook www.rie.nl voor een digitaal hulpmiddel/vragenlijst.

Europese regels

De EU-regels op het gebied van de arbeidsomstandigheden wijken niet veel af van de Arboregels. In de Europese Unie is vanaf 1993 de Kaderrichtlijn (Gezondheid Werkplek 89/391/EEG) van kracht met onder meer richtlijnen voor beeldschermwerk. Deze eisen zijn gebaseerd op de EG-richtlijn nr. 90/270/EEG van 29 mei 1990.

Meubilair: zitten, staan en werkblad

Hier is veel over te zeggen, maar we beperken ons tot de problemen die het meest met ergonomie (‘wet van het werk’) te maken hebben. Een goede werkhouding begint met een goede stoel die juist is ingesteld, een werkblad en toetsenbord op de juiste hoogte, de monitor op de optimale hoogte en in de juiste hoek. Daar is veel informatie over te vinden, op websites en in folders van leveranciers van meubelen en bijvoorbeeld de Arbodiensten. De regels op dit gebied zijn duidelijk, maar laten wel ruimte voor eigen invulling. We gaven al eerder tips voor de juiste houding van de beeldschermwerker en daarbij instellingen voor computer, bureau en stoel.

Het uitgangspunt bij een optimale werkplek is een natuurlijke houding, ontspannen spieren, terwijl het lichaam op effectieve wijze wordt ondersteund. De stoel, de tafel en een eventuele voetensteun dienen zo afgesteld te zijn dat ze optimale ondersteuning bieden waardoor zo min mogelijk spierkracht nodig is om het werk te doen. De spieren mogen niet constant gespannen zijn.

Een stoel moet comfortabel zijn en op kniehoogte zijn afgesteld, zodat de voeten goed ondersteund zijn. Tafels dienen in de hoogte verstelbaar te zijn, omdat mensen zelf natuurlijk in lengte verschillen. Omdat het van belang is de armen ontspannen op de tafel te laten rusten moet je het toetsenbord naar achteren kunnen schuiven. Daarvoor is een dieper bureau nodig (100 cm) dan nu in de meeste bedrijven het geval is of een monitorarm zodat het beeldscherm geen ruimte van het tafelblad meer inneemt.

Er zijn ondertussen genoeg richtlijnen, diagrammen, screensavers (Ahrend heeft een leuke), die je helpen bij het optimaal instellen van de werkplek en het aannemen van een juiste werkhouding.

Op de goede afstand van je werk of toetsenbord zitten, zodat je niet hoeft te buigen, een rechte hoek van je armen, wat ondersteuning van je pols, het toetsenbord en de muis niet te ver van elkaar af, goed licht, het klinkt allemaal simpel. In de praktijk valt het nog wel eens tegen. Veel bedrijven hebben de beeldschermen gewoon op het tafelblad staan, terwijl het belangrijk is het beeldscherm recht en op ooghoogte voor je te hebben. Daarbij zou het beeldscherm in de meeste gevallen 10 tot 15 cm (afhankelijk van hoe lang de werknemer is) verhoogd moeten worden ten opzichte van de tafel.  Het is niet alleen aan te bevelen om de hoogte van het beeldscherm aan te passen, maar ook om ruimte te maken op het tafelblad om het toetsenbord verder weg te schuiven en de armen te laten steunen. Tenzij de armen ondersteund worden door stoelleuningen, dan gaat bovenstaande niet op.

Vrij zitten

Een goede en instelbare bureaustoel is de gebruikelijk manier om aan een werkblad te zitten, maar er zijn andere mogelijkheden. Zogenaamd ‘vrij’ zitten geeft geen steun in de rug, geen ondersteuning van een rugleuning of armsteunen. Je moet met je eigen spierkracht je rug rechtop houden. Het belangrijkste kenmerk is dat de bovenbenen een hoek van 120° maken ten opzichte van je bovenlichaam. In een normale bureaustoel maken de benen een hoek van ongeveer 90°. Er zijn verschillende versies op de markt, de meest bekende is de kniestoel, ook wel Stokke-stoel, maar er zijn ook krukken met een ergonomische vorm, die op zadels lijken.

Bij de kniestoel is de zitting naar voren gekanteld en de knieën rusten op steunen, men zit in een knielende houding. Door de grote hoek tussen bovenbenen en bovenlichaam is het makkelijk om de rug rechtop te houden. Er zijn modellen die in hoogte verstelbaar zijn, maar ook modellen waarbij er automatisch een soort evenwicht gevonden wordt.

Zadel- of zwenkkrukken werken volgens hetzelfde principe, want ook hierbij is de hoek van de bovenbenen zo’n 120° of meer. Het gewicht steunt echter niet op de knieën, maar op het zitvlak van de kruk. In deze houding kantelt het bekken aan de bovenkant iets naar voren waardoor men eerder de neiging heeft de rug op te strekken. De rug maakt dan een flauwe S-bocht.

Dynamisch zitten

Er zijn ook stoelen en kussens met een mechanisme dat ervoor zorgt dat je steeds kleine bewegingen moet maken. Dat klinkt misschien vreemd, omdat we in eerste instantie praten over comfort, maar te gemakkelijk zitten kan weer leiden tot te weinig beweging. Het is voor de ruggengraat en de bestrijding van RSI beter als er afwisseling is in de houding. Speciale kussens en speciale stoelen zoals de hierboven al genoemde kniestoel in de balancerende uitvoering, daar kun je expres niet te gemakkelijk op gaan zitten. Je zweeft als het ware en dat dwingt je je houding steeds een beetje aan te passen. Dergelijke zitkussens worden ook vaak voorgeschreven voor kinderen met ADHD. Die worden dan als het ware bezig gehouden door hun stoel en hebben minder de behoefte om aandacht te vragen. Er zijn allerlei fabrikanten die dergelijke kussens aanbieden en waarvan de prijzen niet zo hoog liggen en die dus eenvoudig uitgeprobeerd kunnen worden.

Zitsteunen

Eigenlijk zou een stoel zelf voldoende steun moeten bieden, maar in de praktijk is er toch behoefte aan allerlei extra steuntjes. Ieders rug is tenslotte anders en de basisinstelling van de stoel qua hoogte en rughoek is niet altijd voldoende. Extra steuntjes in de rug, verende kussens, kussens met een warmte-element, kussens die wat meer ventilatie mogelijk maken, harde, zachte, met bobbeltjes of absorberende stof, er is een breed aanbod. Daar kan advies van een specialist bij nodig zijn, want overal maar kussentjes tussen stoppen zit misschien wel lekker, maar is vanwege de fixatie (het vastzetten van bepaalde lichaamsdelen) niet altijd optimaal. Te comfortabel, dat kwam hiervoor al aan de orde, is ook niet goed. Een optimale stoel zorgt ervoor dat je niet alleen goed zit, maar je ook voldoende kunt blijven bewegen.

De verschillende soorten zithulpen zijn te vinden op websites van onder meer Sissel en andere bedrijven die zich specialiseren in medisch therapeutische hulpmiddelen. Ook duiken ze steeds meer op in computerzaken en bij RSI-specialisten. Steunende, verende en stimulerende rugsteunen, zitkussens, voor op kantoor, in de auto en thuis, ze worden in vele vormen aangeboden.

Staand werken

We willen niet alleen pleiten voor de juiste houding, maar vooral ook voor veel afwisseling in de houding. Het uitvoeren van kleine oefeningen tussen het werken door en het nemen van voldoende pauzes met wat beweging daarin zijn al aan bod gekomen. Een leuke tip is om de printer, koffiemachine, watercooler niet al te dichtbij te zetten, dan moet je af en toe nog even opstaan en een stukje lopen. Maar waarom niet eens af en toe staand werken? Een andere manier van werken is namelijk het werkblad hoger te brengen en daar dan met een hoge kruk of zelfs staand aan te werken.

In ons land is het nog niet zo’n bekend verschijnsel, maar in Scandinavische landen werd al ruim tien jaar geleden de afwisseling van zit- en sta-tafels geïntroduceerd op kantoren. Bij een hoge kruk moet het bureaublad, afhankelijk van je lengte, ook hoog geplaatst kunnen worden. Dat moet dan vaak op 95 cm of hoger komen en dat kan alleen bij zogenaamde ‘zit-sta-tafels’.

In 1999 is in Nederland een onderzoek geweest (Witteveen Projectinrichting) naar de effecten van het werken aan zit- en sta-tafels, en met een opvallend positief resultaat. De grote meerderheid van de medewerkers bleek de afwisseling plezierig te vinden en gezondheidsklachten, met name aan de rug en vermoeidheid, bleken na de proef verminderd te zijn.

Van de deelnemers aan het onderzoek gaf 10 % aan ondanks de mogelijkheid daartoe toch niet te gaan staan, 56 % stond 1 of 2 keer per dag te werken, 27 % 2 tot 4 keer en 4 % gaf de voorkeur aan het 4 tot 6 keer staand werken per dag. Daarbij koos 49 % ervoor om per keer minder dan een kwartier te gaan staan, 38 % koos voor 15 tot 30 minuten, 13 % vond een half tot een heel uur het meest plezierig.

Bij aanvang van het onderzoek gaf een kwart tot een derde van de medewerkers aan lichamelijke klachten te hebben en als gevolg van de afwisseling in zitten en staan zijn de volgende resultaten te melden in klachtvermindering. Van mensen met nekklachten geeft 11% aan dat deze zijn verminderd, bij rugklachten geldt dit voor 17% van de mensen, van medewerkers met schouderklachten geeft 9% vermindering aan, arm- en polsklachten zijn bij 8% van de mensen afgenomen, voor been- en voetklachten ligt dit percentage op 19%, hoofdpijnklachten dalen bij 3 % en tenslotte zijn vermoeidheidsklachten bij 15% van de mensen, die er voor het experiment met staand werken last van hadden, afgenomen.

 

TOT ZOVER DIT HOOFDSTUK